ECLI:NL:CRVB:2022:952
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag ouderdomspensioen wegens ontbreken AOW-verzekering en huwelijkse tijdvakken
Betrokkene, geboren in 1954 en woonachtig in Marokko, heeft op 10 juli 2019 een ouderdomspensioen aangevraagd op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW). De Sociale verzekeringsbank (Svb) wees de aanvraag op 17 januari 2020 af omdat betrokkene nooit in Nederland heeft gewoond of gewerkt en geen aanspraak kan maken op huwelijkse tijdvakken.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van betrokkene tegen dit besluit ongegrond, omdat zij niet verzekerd was voor de AOW en de huwelijkse tijdvakken niet van toepassing waren, aangezien betrokkene pas trouwde nadat haar echtgenoot niet meer verzekerd was.
In hoger beroep stelde betrokkene dat zij recht heeft op het ouderdomspensioen vanwege de verzekering van haar echtgenoot en haar persoonlijke omstandigheden, waaronder arbeidsongeschiktheid. De Svb trok haar incidenteel hoger beroep in.
De Centrale Raad oordeelde dat betrokkene geen recht heeft op ouderdomspensioen omdat zij zelf nooit verzekerd is geweest en geen huwelijkse tijdvakken kan claimen. De persoonlijke omstandigheden van betrokkene leiden niet tot een ander oordeel. De aangevallen uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De aanvraag ouderdomspensioen is terecht afgewezen omdat betrokkene niet verzekerd was voor de AOW en geen aanspraak kan maken op huwelijkse tijdvakken.