ECLI:NL:CRVB:2023:1083
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens gezamenlijke huishouding met ex-partner
Appellante diende een aanvraag in voor bijstand naar de norm voor een alleenstaande ouder. Het college wees deze aanvraag af op grond van het feit dat appellante een gezamenlijke huishouding voert met haar ex-partner, de vader van haar twee kinderen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en liet het besluit in stand.
In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat het zwaartepunt van het persoonlijk leven van appellante en haar ex-partner zich in de te beoordelen periode op hetzelfde adres bevond. Dit wordt onderbouwd door een uitgebreid onderzoek, waaronder een onaangekondigd huisbezoek waarbij persoonlijke eigendommen van de ex-partner werden aangetroffen, en verklaringen over zijn verblijf bij appellante.
De Raad concludeert dat appellante geen zelfstandig subject van bijstand is en bevestigt de afwijzing van haar aanvraag. Zij krijgt geen vergoeding van proceskosten en het betaalde griffierecht wordt niet teruggegeven.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand als alleenstaande ouder wordt afgewezen omdat appellante een gezamenlijke huishouding voert met haar ex-partner.