ECLI:NL:CRVB:2023:1207
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken beroepsgronden
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam. Volgens artikel 6:5, eerste lid, onder d, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) dient het beroepschrift de gronden van het beroep te bevatten. Het ingediende beroepschrift bevatte echter geen gronden.
Appellante is bij brief van 24 oktober 2022 in de gelegenheid gesteld dit gebrek binnen vier weken te herstellen, maar zij heeft deze termijn ongebruikt laten verstrijken. Vervolgens is bij aangetekende brief van 24 november 2022 opnieuw een termijn van vier weken gesteld om alsnog de beroepsgronden in te dienen, met de waarschuwing dat overschrijding zou leiden tot niet-ontvankelijkheid.
Ook deze termijn is ongebruikt voorbijgegaan zonder dat een verontschuldiging is aangevoerd. De Centrale Raad van Beroep oordeelt daarom dat het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk is en besluit zonder inhoudelijke behandeling. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden en het niet tijdig herstellen daarvan.