ECLI:NL:CRVB:2023:1242
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdige betaling griffierecht
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam. Volgens artikel 8:41 van Pro de Algemene wet bestuursrecht is griffierecht verschuldigd bij het indienen van een beroepschrift, en artikel 8:108 maakt Pro dit ook van toepassing op hoger beroep. Appellant werd tweemaal schriftelijk herinnerd aan de betaling van het griffierecht binnen een gestelde termijn.
Ondanks deze aanmaningen is het griffierecht niet betaald binnen de gestelde termijnen. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellant hierdoor in verzuim is en verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door M.A.H. van Dalen-van Bekkum en uitgesproken in het openbaar op 30 juni 2023. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken schriftelijk verzet worden ingesteld.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.