ECLI:NL:CRVB:2023:1246
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdige betaling griffierecht
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam. Volgens artikel 8:41 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is griffierecht verschuldigd bij het indienen van een beroepschrift, en dit geldt overeenkomstig voor hoger beroep op grond van artikel 8:108 Awb Pro.
Appellante is bij brief van 31 augustus 2022 en opnieuw bij aangetekende brief van 1 oktober 2022 gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht van €136,- binnen de gestelde termijnen. Ondanks deze waarschuwingen is het griffierecht niet tijdig betaald.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellante in verzuim is en verklaart het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk zonder inhoudelijke behandeling. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door M.A.H. van Dalen-van Bekkum op 30 juni 2023.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard vanwege niet tijdige betaling van het griffierecht.