ECLI:NL:CRVB:2023:1373
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking hoger beroep en schikking
Appellant stelde hoger beroep in tegen een beslissing van de Sociale verzekeringsbank (Svb). Tijdens de procedure nam de Svb een nieuwe beslissing op bezwaar waarbij zij appellant tegemoetkwam, waarna appellant het hoger beroep introk en verzocht om proceskostenvergoeding.
De Svb had het griffierecht en proceskosten in hoger beroep reeds vergoed bij wijze van schikking. De Raad onderzocht of de Svb ook in de proceskosten van het beroep bij de rechtbank veroordeeld moest worden. Uit de stukken bleek dat appellant bewijs over het niet beschikken over onroerend goed in het buitenland pas in hoger beroep had geleverd, terwijl dit bewijs eerder was opgevraagd.
De Raad concludeerde dat er geen sprake was van een aan de Svb te wijten onrechtmatigheid en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 18 juli 2023.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding voor de kosten in beroep wordt afgewezen.