ECLI:NL:CRVB:2023:1444

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
18 juli 2023
Publicatiedatum
31 juli 2023
Zaaknummer
23 / 500 WMO15
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • B. Beerens
  • J.T.H. Zimmerman
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:119 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoeken om herziening niet-ontvankelijk wegens niet betalen griffierecht

De Centrale Raad van Beroep behandelde op 18 juli 2023 de verzoeken om herziening van uitspraken van de Raad van 19 april 2022. Verzoekster had het griffierecht niet binnen de gestelde termijn betaald, ondanks meerdere aanmaningen per brief en aangetekende post waarin zij werd geïnformeerd over de betaling en de gevolgen van niet-betaling.

Tijdens de zitting op 11 juli 2023 verscheen verzoekster, terwijl het college van burgemeester en wethouders van Schagen zich liet vertegenwoordigen. De Raad oordeelde dat op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) het griffierecht betaald moet worden om een verzoek om herziening ontvankelijk te laten zijn.

Omdat verzoekster geen goede reden had gegeven voor het niet betalen van het griffierecht en dit niet binnen de gestelde termijn had voldaan, werden de verzoeken om herziening niet-ontvankelijk verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Verzoeken om herziening zijn niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van griffierecht binnen de termijn.

Uitspraak

23.500 WMO, 23/631 PW, 23/632 PW

Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op de verzoeken om herziening van de uitspraken van de Raad van 19 april 2022, 20/217, 21/128 en 21/1594
Partijen:
[verzoekster] te [woonplaats] (verzoekster)
het college van burgemeester en wethouders van Schagen (college)
Datum uitspraak: 18 juli 2023
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 juli 2023. Verzoekster is verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door F.D. van Otegem-Wijers en M.W.J. Poulie-Van Bommel.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart de verzoeken om herziening niet-ontvankelijk.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
Op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moet degene die een verzoek om herziening indient griffierecht betalen. [1]
Op 17 en 22 februari 2023 zijn er daarom brieven aan verzoekster verstuurd waarin staat dat zij binnen 28 dagen voor iedere zaak € 136,- griffierecht moet betalen.
Op 20 en 25 maart 2023 zijn aangetekende brieven aan verzoekster verstuurd, waarin staat dat zij de verschuldigde bedragen binnen vier weken moet betalen. In die brieven staat ook dat als zij dat niet doet, zij er dan rekening mee moet houden dat de verzoeken om herziening niet inhoudelijk behandeld zullen worden.
Het griffierecht is niet binnen de termijn betaald.
Op grond van de beschikbare gegevens kan redelijkerwijs niet worden geoordeeld dat verzoekster niet in verzuim is geweest. Dat wil zeggen dat verzoekster voor het niet betalen van griffierecht geen goede reden heeft gegeven.
De verzoeken om herziening zijn daarom niet-ontvankelijk.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer
(getekend) B. Beerens (getekend) J.T.H. Zimmerman

Voetnoten

1.Artikel 8:41 van Pro de Awb in verbinding met artikel 8:119 van Pro de Awb.