ECLI:NL:CRVB:2023:1445
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A.H. Dalen-van Bekkum
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken belang bij beoordeling derdenbeding in zorgovereenkomsten
Appellant had bezwaar gemaakt tegen het besluit van de Sociale Verzekeringsbank (Svb) om de goedkeuring van zijn zorgovereenkomsten in te trekken vanwege het ontbreken van een verplicht derdenbeding. Hierdoor werden betalingen uit het persoonsgebonden budget (pgb) aan zijn zorgverleners stopgezet per 1 juli 2019.
De Svb verklaarde het bezwaar tegen dit besluit ongegrond. Tijdens de procedure gaf de Svb aan dat appellant alsnog het derdenbeding had opgenomen in nieuwe zorgovereenkomsten, waardoor de betalingen aan zorgverleners zijn hervat vanaf 1 juli 2019. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant niet-ontvankelijk omdat appellant geen belang meer had bij een inhoudelijke beoordeling van het besluit.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn gezondheid was verslechterd en dat hij het onrechtvaardig vond dat hij gedwongen werd het derdenbeding te tekenen. De Raad onderschreef echter het oordeel van de rechtbank dat appellant geen belang meer had bij de inhoudelijke beoordeling, mede omdat hij geen bezwaar had tegen het derdenbeding in nieuwe overeenkomsten.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees een veroordeling in proceskosten af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.