ECLI:NL:CRVB:2023:1489
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens ontbreken toegenomen beperkingen
Appellante, die sinds 1991 een WAO-uitkering ontving, zag deze per 26 juli 2018 ingetrokken vanwege een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. Zij meldde zich op 25 september 2018 opnieuw arbeidsongeschikt, maar het UWV weigerde een nieuwe uitkering toe te kennen omdat geen sprake was van toegenomen beperkingen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en geen aanwijzingen gaf voor toegenomen beperkingen. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar fysieke en mentale klachten waren toegenomen en dat een lichamelijk onderzoek noodzakelijk was.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en concludeerde dat het medisch onderzoek voldoende zorgvuldig was en dat de beperkingen op 22 september 2018 niet waren toegenomen ten opzichte van 26 juli 2018. De mentale klachten waren niet met stukken onderbouwd en de fysieke klachten waren stabiel. Het hoger beroep werd verworpen en de weigering van de WAO-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering wegens het ontbreken van toegenomen beperkingen.