ECLI:NL:CRVB:2023:1520
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens onduidelijke financiële situatie en onvoldoende administratie
Appellant, die een klussenbedrijf had en vanwege medische redenen stopte, vroeg bijstand aan op grond van de Participatiewet. Het college wees de aanvraag af omdat appellant onvoldoende financiële stukken overlegde, waardoor zijn recht op bijstand niet kon worden vastgesteld.
Appellant had werkzaamheden verricht voor een BV waarvan hij gevolmachtigde was en beschikte over een creditcard op naam van de eigenaar van de BV. De rechtbank volgde appellant niet in zijn stelling dat zijn werkzaamheden beperkt waren tot een vriendendienst en oordeelde dat hij onvoldoende inzicht gaf in de geldstromen, waaronder contante betalingen en boekhouding.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunten, maar bracht geen nieuw bewijs in. De Raad oordeelde dat de rechtbank terecht het besluit in stand hield en dat appellant onvoldoende financiële transparantie bood. De afwijzing van de aanvraag blijft gehandhaafd en appellant krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De afwijzing van de bijstandsaanvraag blijft in stand vanwege onvoldoende inzicht in de financiële situatie van appellant.