ECLI:NL:CRVB:2023:1551
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens overschrijding beroepschrifttermijn bij AOW-uitkering
Appellante stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam waarin haar bezwaar tegen een besluit van de Sociale verzekeringsbank niet-ontvankelijk werd verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn.
De Centrale Raad van Beroep beoordeelde of het beroepschrift tijdig was ingediend. De termijn voor het indienen van het beroepschrift is zes weken na toezending van de uitspraak. De uitspraak werd op 10 oktober 2022 aan partijen toegezonden, terwijl het beroepschrift pas op 30 november 2022 werd ontvangen en op 28 november ter post bezorgd. Dit was na het verstrijken van de termijn.
Appellante voerde aan dat zij lichamelijk en geestelijk beperkt is, analfabeet en afhankelijk van anderen, en dat covid-beperkingen een rol speelden. Deze stellingen werden echter niet onderbouwd. Bovendien had appellante eerder een derde kunnen inschakelen en tijdig pro forma hoger beroep kunnen instellen. De Raad oordeelde dat appellante in verzuim was en verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door M.A.H. van Dalen-van Bekkum en uitgesproken op 10 augustus 2023.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van het beroepschrift.