ECLI:NL:CRVB:2023:1561
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering en beëindiging ZW-uitkering na herhaalde ziekmelding
Appellant, laatstelijk werkzaam als isolatiemonteur, meldde zich ziek met klachten na een liesbreukoperatie en ontving een Ziektewet-uitkering. Na medisch en arbeidsdeskundig onderzoek weigerde het UWV een WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid. Appellant meldde zich opnieuw ziek, maar werd door een verzekeringsarts geschikt verklaard voor zijn werk, waarna het UWV de ZW-uitkering beëindigde.
Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar het UWV handhaafde deze na aanvullend medisch en arbeidsdeskundig onderzoek. De rechtbank Rotterdam verklaarde de beroepen ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen adequaat waren vastgesteld.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren en leverde aanvullende medische stukken aan. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat deze stukken geen nieuwe relevante informatie bevatten over de periode in geschil en onderschreef het oordeel van de rechtbank. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering en beëindiging van de ZW-uitkering bevestigd.