ECLI:NL:CRVB:2023:1618
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht en ontbreken gronden
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam. De gemachtigde van appellant is meerdere malen schriftelijk gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht van €136,- binnen een gestelde termijn en op het ontbreken van de gronden in het hogerberoepschrift.
Ondanks deze waarschuwingen is het griffierecht niet betaald en zijn de gronden van het hoger beroep niet binnen de gestelde termijn toegezonden. Hierdoor is appellant in verzuim geraakt.
De Centrale Raad van Beroep heeft op basis van deze feiten geoordeeld dat het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk is en heeft het zonder verdere inhoudelijke behandeling afgewezen. Er is geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door rechter C.E.M. Marsé, in aanwezigheid van griffier A. Giesen, en is uitgesproken op 22 augustus 2023.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht en het ontbreken van gronden in het beroepschrift.