ECLI:NL:CRVB:2023:1732
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzet gegrond tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens griffierechtbetaling
Appellante stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam, maar de Centrale Raad van Beroep verklaarde dit hoger beroep niet-ontvankelijk omdat het griffierecht niet tijdig zou zijn betaald. Namens appellante werd verzet aangetekend tegen deze niet-ontvankelijkverklaring.
Na onderzoek bleek dat het griffierecht wel binnen de gestelde termijn was voldaan, maar abusievelijk op 24 november 2022 was teruggestort. De Raad verklaarde het verzet daarom gegrond, vernietigde de eerdere niet-ontvankelijkverklaring en besloot het onderzoek voort te zetten in de stand waarin het zich bevond.
Daarnaast veroordeelde de Raad het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam tot betaling van de proceskosten van appellante voor het verzet, vastgesteld op €418,50. De uitspraak werd gedaan door B.J. van de Griend, met M.S. Autar als griffier, op 12 september 2023.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het college wordt veroordeeld in de proceskosten.