ECLI:NL:CRVB:2023:1969
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-verschoonbare termijnoverschrijding bij bezwaar nabestaandenuitkering
Appellante, weduwe van een in Marokko overleden echtgenoot, verzocht om een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (Anw). De Sociale verzekeringsbank (Svb) weigerde deze uitkering omdat de echtgenoot op het moment van overlijden niet verzekerd was volgens de Nederlandse of Marokkaanse wetgeving.
Appellante diende een bezwaarschrift in, maar dit werd te laat ontvangen door de Svb. Zij voerde aan dat de postbezorging in Marokko door de Covid-19 pandemie ernstig was verstoord, wat de overschrijding van de bezwaartermijn zou verklaren. De Svb en rechtbank oordeelden dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was en verklaarden het bezwaar niet-ontvankelijk.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel. De Raad stelde vast dat de bezwaartermijn correct was gestart en dat appellante het bezwaarschrift na afloop van deze termijn had verzonden. De argumenten over postvertraging en niet-aangetekende verzending werden niet aanvaard, mede omdat het besluit persoonlijk was uitgereikt en de post in september 2021 weer normaal functioneerde.
De Raad overwoog dat de geringe termijnoverschrijding en het lopende debat over verschoonbaarheid geen reden waren om af te wijken van de huidige rechtspraak. Omdat het bezwaar inhoudelijk geen kans van slagen had, werd geen afwachting van andere jurisprudentie gedaan. Het primaire besluit bleef daarmee in stand en het bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de weigering van de nabestaandenuitkering is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.