ECLI:NL:CRVB:2023:2048
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toekenning loongerelateerde WGA-uitkering bij cardiale klachten
Appellant, voormalig buschauffeur, meldde zich ziek met vermoeidheidsklachten en kreeg een loongerelateerde WGA-uitkering toegekend wegens 48,79% arbeidsongeschiktheid. De verzekeringsarts stelde beperkingen vast in een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 15 juli 2019. Appellant betwistte deze mate van arbeidsongeschiktheid en diende meerdere medische rapporten in ter onderbouwing van aanvullende beperkingen.
De Raad benoemde een onafhankelijke deskundige cardioloog die concludeerde dat er geen microvasculair vaatlijden was en dat de cardiale klachten redelijkerwijs konden worden ingeschat als angina pectoris klasse II. De deskundige vond de FML adequaat en onderbouwde zijn oordeel overtuigend, ook na nadere rapportages en reacties van behandelend cardiologen.
De Raad volgde het oordeel van de deskundige en de verzekeringsarts bezwaar en beroep, die geen aanleiding zagen de FML te wijzigen. De rechtbank had eerder het beroep van appellant ongegrond verklaard en de Raad bevestigt dit oordeel. Het verzoek tot schadevergoeding wegens onrechtmatig besluit werd afgewezen. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de toekenning van een loongerelateerde WGA-uitkering van 48,79% en wijst het verzoek tot schadevergoeding af.