ECLI:NL:CRVB:2023:205
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek uitbreiding vergoeding huishoudelijke hulp wegens ontbreken medische indicatie
Betrokkene, erkend als vervolgde en uitkeringsgerechtigde op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv), had een vergoeding voor maximaal één dagdeel huishoudelijke hulp per week toegekend gekregen sinds 2005. In augustus 2021 verzocht hij om uitbreiding van deze vergoeding naar twee dagdelen per week vanwege psychische klachten en andere gezondheidsproblemen.
De Sociale verzekeringsbank wees dit verzoek af, omdat uit medisch advies bleek dat betrokkene niet was aangewezen op meer dan één dagdeel hulp. Het beleid van verweerder voorziet bovendien niet in vergoeding voor twee dagdelen voor zware huishoudelijke werkzaamheden. Betrokkene gaf aan wel lichte huishoudelijke taken te kunnen verrichten.
De Raad oordeelde dat het beleid van verweerder voldoende kenbaar was gemaakt en dat de aanvraag terecht was afgewezen. Het beroep van de erven/appellanten werd ongegrond verklaard, mede omdat nader onderzoek naar (zelf)verwaarlozing of chaotisch gedrag door het overlijden van betrokkene niet meer mogelijk was.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verzoek tot uitbreiding van huishoudelijke hulp is ongegrond verklaard.