Uitspraak
19.4120 WIA
OVERWEGINGEN
besluit 1 niet langer wordt gehandhaafd komt de aangevallen uitspraak voor vernietiging in aanmerking.
Centrale Raad van Beroep
Appellante was werkzaam als verzorgende in een verpleeghuis en meldde zich ziek met een carpaal tunnelsyndroom. Het UWV wees een WIA-uitkering af omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 35% werd vastgesteld. Na bezwaar en beroep stelde het UWV de arbeidsongeschiktheid op 41,67% vast en kende een WGA-uitkering toe. Appellante betwistte de geschiktheid van de functies waarop de schatting was gebaseerd en stelde dat zij volledig arbeidsongeschikt was.
De Raad benoemde twee onafhankelijke deskundigen die medische beperkingen bevestigden, maar concludeerden dat de arbeidsongeschiktheidsschatting op een te smalle basis berustte omdat niet was aangetoond dat appellante geschikt was voor ten minste drie functies met voldoende arbeidsplaatsen. De Raad vernietigde daarom de besluiten en droeg het UWV op een nieuwe beslissing te nemen, inclusief beoordeling van een IVA-uitkering.
Verder oordeelde de Raad dat de redelijke termijn van de procedure met ruim twee jaar was overschreden, waardoor het UWV en de Staat schadevergoeding moesten betalen. Ook werden proceskosten en griffierecht aan appellante toegekend. Het beroep werd gegrond verklaard en de eerdere uitspraken vernietigd.
Uitkomst: De besluiten van het UWV worden vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuwe beslissing te nemen; tevens wordt schadevergoeding toegekend wegens overschrijding redelijke termijn.