ECLI:NL:CRVB:2023:2301
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdige betaling griffierecht
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland. Volgens artikel 8:41 en Pro 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht is het betalen van griffierecht verplicht bij het indienen van hoger beroep. Appellant is hier meerdere malen schriftelijk op gewezen, met een betalingstermijn van 28 dagen na de eerste brief en een aanvullende termijn na een aangetekende herinnering.
Ondanks deze waarschuwingen is het griffierecht niet tijdig betaald. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellant in verzuim is en verklaart het hoger beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door C.E.M. Marsé en uitgesproken in het openbaar op 5 december 2023. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken schriftelijk verzet worden aangetekend bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.