ECLI:NL:CRVB:2023:2351
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken beroepsgronden in socialezekerheidszaak
In deze zaak heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland in een socialezekerheidszaak. Het beroepschrift bevatte echter geen gronden, wat een vereiste is op grond van artikel 6:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De gemachtigde van appellant is meerdere malen schriftelijk in de gelegenheid gesteld om de beroepsgronden alsnog binnen gestelde termijnen in te dienen, maar heeft deze kansen onbenut gelaten. Er is geen sprake van een verontschuldiging voor het verzuim.
De Centrale Raad van Beroep heeft daarom het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard zonder inhoudelijke behandeling van de zaak. Tevens is geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door rechter C.E.M. Marsé in aanwezigheid van griffier A. Giesen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden.