Uitspraak
OVERWEGINGEN
Samenvatting
Inleiding
Het oordeel van de Raad
Conclusie en gevolgen
BESLISSING
.
Centrale Raad van Beroep
Appellante verzocht in januari 2022 om toekenningen op grond van de Algemene Oorlogsongevallenregeling (AOR). Verweerder wees de aanvraag op 15 september 2022 af wegens het ontbreken van bevestiging dat appellante in AOR-omstandigheden heeft verkeerd. Het bezwaar werd bij besluit van 10 februari 2023 ongegrond verklaard. Appellante stelde beroep in bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad beoordeelde of verweerder terecht de aanvraag heeft afgewezen. Uit de beschikbare gegevens, waaronder relatiedossiers van familieleden, kon niet worden vastgesteld dat appellante persoonlijk oorlogsgebeurtenissen had meegemaakt zoals bedoeld in de AOR. Het feit dat zij geconfronteerd was met de overblijfselen van haar overleden grootvader en het medisch advies konden niet als bevestiging dienen van het door appellante ondervonden oorlogsletsel.
De Raad concludeerde dat appellante geen aanspraken kan ontlenen aan de AOR-regeling. Het beroep werd ongegrond verklaard, het bestreden besluit bleef in stand, en appellante kreeg geen griffierecht of proceskostenvergoeding toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit tot afwijzing van de AOR-aanvraag blijft in stand.