ECLI:NL:CRVB:2023:2503
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens ontbreken beroepsgronden
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Holland. Volgens artikel 6:5 Awb Pro dient een beroepschrift de gronden van het beroep te bevatten. Het ingediende beroepschrift bevatte echter geen gronden.
De Raad heeft appellant meerdere malen in de gelegenheid gesteld om de beroepsgronden alsnog binnen gestelde termijnen in te dienen. Deze termijnen zijn door appellant ongebruikt voorbijgegaan. Brieven die appellant stuurde bevatten beroepsgronden van een andere zaak en werden daarom niet in behandeling genomen.
Na herhaalde herinneringen en een telefonisch contact bleef appellant in gebreke. Er zijn geen redenen aangevoerd die het verzuim rechtvaardigen. Daarom verklaart de Centrale Raad van Beroep het hoger beroep niet-ontvankelijk zonder inhoudelijke behandeling. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden.