ECLI:NL:CRVB:2023:2503

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
19 december 2023
Publicatiedatum
29 december 2023
Zaaknummer
23/1084 PW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 AwbArt. 6:24 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:108 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens ontbreken beroepsgronden

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Holland. Volgens artikel 6:5 Awb Pro dient een beroepschrift de gronden van het beroep te bevatten. Het ingediende beroepschrift bevatte echter geen gronden.

De Raad heeft appellant meerdere malen in de gelegenheid gesteld om de beroepsgronden alsnog binnen gestelde termijnen in te dienen. Deze termijnen zijn door appellant ongebruikt voorbijgegaan. Brieven die appellant stuurde bevatten beroepsgronden van een andere zaak en werden daarom niet in behandeling genomen.

Na herhaalde herinneringen en een telefonisch contact bleef appellant in gebreke. Er zijn geen redenen aangevoerd die het verzuim rechtvaardigen. Daarom verklaart de Centrale Raad van Beroep het hoger beroep niet-ontvankelijk zonder inhoudelijke behandeling. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden.

Uitspraak

Datum uitspraak: 19 december 2023
23/1084 PW, 23/1085 PW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 1 maart 2023, 21/3911 en 21/6173
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van Purmerend (college)

PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank.

OVERWEGINGEN

In artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), is bepaald dat het beroepschrift de gronden van het beroep dient te bevatten. Ingevolge artikel 6:24 van Pro de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Het ingediende beroepschrift bevat geen gronden.
Bij brief van 14 april 2023 is appellant in de gelegenheid gesteld dit verzuim binnen vier weken te herstellen.
Appellant heeft deze termijn ongebruikt voorbij laten gaan.
Bij aangetekende brief van 15 mei 2023 is aan appellant nogmaals de gelegenheid geboden de beroepsgronden in te dienen. Daarbij is een termijn van vier weken gesteld en is appellant erop gewezen dat overschrijding van die termijn tot gevolg kan hebben dat de zaak niet inhoudelijk wordt behandeld.
Op 15 mei 2023, 17 mei 2023, 7 juni 2023 en 20 juni 2023 ontving de Raad verschillende brieven van appellant met bijlagen. De Raad heeft van deze brieven geen kennis kunnen nemen, aangezien deze stukken beroepsgronden bevatten van een andere zaak met andere betrokkenen, waarvan geen registratienummer bekend is bij de Raad.
Naar aanleiding van deze brieven heeft de Raad op 5 juli 2023 telefonisch contact opgenomen met appellant en is appellant diezelfde dag nogmaals bij aangetekende brief de gelegenheid geboden de juiste beroepsgronden in te dienen. Daarbij is een termijn van vier weken gesteld en is appellant erop gewezen dat overschrijding van die termijn tot gevolg kan hebben dat de zaak niet inhoudelijk wordt behandeld.
Deze brief heeft de Raad op 26 juli 2023 nogmaals ter herinnering aan appellant toegezonden. Daarbij is appellant erop gewezen dat met deze nieuwe toezending geen nieuwe termijn is gaan lopen.
Appellant heeft ook deze termijn ongebruikt voorbij laten gaan.
Niet is gebleken van redenen die een verontschuldiging vormen voor dit verzuim. Het hoger beroep is kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.
Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door C.E.M. Marsé, in tegenwoordigheid van A. Giesen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 19 december 2023.
(getekend) C.E.M. Marsé
(getekend) A. Giesen
Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.