ECLI:NL:CRVB:2023:27

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
10 januari 2023
Publicatiedatum
10 januari 2023
Zaaknummer
20 / 3433 PW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:57 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:108 Awb
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming bestuursorgaan

Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam inzake een bestuursrechtelijke zaak. Tijdens de procedure liet het college een nader medisch onderzoek verrichten en nam een gewijzigde beslissing op bezwaar. Naar aanleiding hiervan trok appellant het hoger beroep in, omdat het college geheel of gedeeltelijk aan zijn verzoek tegemoet was gekomen.

De Centrale Raad van Beroep beoordeelde het verzoek van appellant om het college te veroordelen in de proceskosten. Omdat het college geen verweerschrift had ingediend met betrekking tot de proceskostenvergoeding, werd nader onderzoek achterwege gelaten en het onderzoek gesloten.

De Raad oordeelde dat het college op grond van de toepasselijke artikelen van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) veroordeeld kon worden in de proceskosten. De proceskosten werden begroot op een totaalbedrag van € 3.705,-, bestaande uit kosten in bezwaar, beroep en hoger beroep. Het griffierecht in hoger beroep kan appellant rechtstreeks bij het college verhalen.

De uitspraak werd gedaan door rechter C.E.M. Marsé, in aanwezigheid van griffier D. van der Boom, en uitgesproken in het openbaar op 10 januari 2023.

Uitkomst: Het college van burgemeester en wethouders van Vlaardingen is veroordeeld tot betaling van € 3.705,- aan proceskosten aan appellant.

Uitspraak

Datum uitspraak: 10 januari 2023
20/3433 PW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van
26 augustus 2020, 20/2282 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van Vlaardingen (college)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. N. Talhaoui, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 februari 2022.
Appellant is bijgestaan door mr. Talhaoui, beiden zijn verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. C. Verkerk.
De Raad heeft het onderzoek op de zitting geschorst, teneinde het college in de gelegenheid te stellen nader medisch onderzoek te laten verrichten.
Het college heeft op 29 april 2022 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen.
Bij brief van 13 mei 2022 heeft mr. Talhaoui namens appellant het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het college te veroordelen in de proceskosten.
Het college heeft geen verweerschrift ingediend met betrekking tot het verzoek om vergoeding van proceskosten.
Onder toepassing van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is nader onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Namens appellant is het hoger beroep ingetrokken, omdat het college met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 29 april 2022 aan appellant is tegemoetgekomen.
De Raad ziet aanleiding het college te veroordelen in de kosten die appellant in verband met de behandeling van het bezwaar, het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 1.194,- in bezwaar, € 837,- in beroep en € 1.674,- in hoger beroep voor verleende rechtsbijstand.
Voor vergoeding van het betaalde griffierecht in hoger beroep kan appellante zich rechtstreeks tot het college wenden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het college in de kosten van appellant tot een bedrag van € 3.705,-.
Deze uitspraak is gedaan door C.E.M. Marsé, in tegenwoordigheid van D. van der Boom als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 10 januari 2023.
(getekend) C.E.M. Marsé
(getekend) D. van der Boom