Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2023:33

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
10 januari 2023
Publicatiedatum
10 januari 2023
Zaaknummer
20 / 1523 PW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:66 AwbArt. 8:67 AwbArt. 8:86 AwbArt. 8:88 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Onbevoegdverklaring hoger beroep tegen beschikking verhaal bijstand rechtbank

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een beschikking van de rechtbank Rotterdam betreffende het verhaal van bijstand. De Centrale Raad van Beroep heeft onderzocht of deze beschikking een uitspraak is als bedoeld in artikel 8:104, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), die hoger beroep bij de Raad mogelijk maakt.

De Raad stelt vast dat de bestreden beschikking niet voldoet aan de criteria van artikel 8:104 Awb Pro en derhalve geen uitspraak is waartegen hoger beroep bij de Raad kan worden ingesteld. Hierdoor is de Raad onbevoegd om kennis te nemen van het ingestelde hoger beroep.

Omdat de Raad onbevoegd is, wordt het hoger beroep zonder inhoudelijke behandeling verworpen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Het betaalde griffierecht wordt aan appellant terugbetaald.

De uitspraak is gedaan door E.C.R. Schut, in aanwezigheid van griffier J.E. Eikelenboom, en is uitgesproken in het openbaar op 10 januari 2023.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep en wijst het beroep af.

Uitspraak

Datum uitspraak: 10 januari 2023
22/1523 PW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de beschikking van de rechtbank Rotterdam van 2 mei 2018, C/10/543665/ FA RK 18-690 (bestreden beschikking)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam (college)

PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

OVERWEGINGEN

Ingevolge artikel 8:104, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan hoger beroep instellen tegen:
a. een uitspraak als bedoeld in artikel 8:66, eerste lid, of artikel 8:67, eerste lid, van de rechtbank;
b. een uitspraak als bedoeld in artikel 8:86, eerste lid, van de voorzieningenrechter van de rechtbank;
c. een uitspraak van de rechtbank op een verzoek als bedoeld in artikel 8:88, eerste lid.
De Raad stelt vast dat appellant hoger beroep heeft ingesteld tegen een beschikking van de rechtbank betreffende verhaal van bijstand. Deze beschikking is geen uitspraak als bedoeld in artikel 8:104, eerste lid, van de Awb. Dit betekent dat daartegen geen hoger beroep kan worden ingesteld bij de Raad.
Nu de Raad kennelijk onbevoegd is om van het door appellant ingestelde hoger beroep kennis te nemen, kan zonder verder onderzoek worden beslist.
Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep
  • verklaart zich onbevoegd;
  • bepaalt dat het betaalde griffierecht van € 136,- door de griffier van de Centrale Raad van Beroep aan appellant wordt terugbetaald.
Deze uitspraak is gedaan door E.C.R. Schut, in tegenwoordigheid van J.E. Eikelenboom als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 10 januari 2023.
(getekend) E.C.R. Schut
(getekend) J.E. Eikelenboom
Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.