Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- verklaart zich onbevoegd;
- bepaalt dat het betaalde griffierecht van € 136,- door de griffier van de Centrale Raad van Beroep aan appellant wordt terugbetaald.
Centrale Raad van Beroep
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam die het verzet van appellant tegen een eerdere uitspraak betrof. De Centrale Raad van Beroep overweegt dat op grond van artikel 8:104, tweede lid, aanhef en onder c, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) tegen de aangevallen uitspraak geen hoger beroep openstaat, tenzij sprake is van een zodanig ernstige schending van de eisen van een goede procesorde of fundamentele rechtsbeginselen dat een eerlijke en onafhankelijke behandeling niet meer mogelijk is.
De Raad stelt vast dat appellant geen voldoende grond heeft aangevoerd voor een dergelijke ernstige schending. Daarom is de Raad kennelijk onbevoegd om kennis te nemen van het hoger beroep. Zonder verder onderzoek wordt dan ook beslist dat het hoger beroep niet-ontvankelijk is.
De Raad bepaalt tevens dat het in hoger beroep betaalde griffierecht van €136,- wordt terugbetaald aan appellant. Een proceskostenveroordeling wordt niet opgelegd. De uitspraak is gedaan door M.A.H. van Dalen-van Bekkum en uitgesproken in het openbaar op 15 maart 2023.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd tot kennisneming van het hoger beroep en bepaalt terugbetaling van het griffierecht.