ECLI:NL:CRVB:2023:535
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen recht op financiële tegemoetkoming verhuizing wegens onvoldoende medische grond
Appellant, woonachtig op de eerste etage van een flat zonder lift en lijdend aan knieklachten, vroeg een financiële tegemoetkoming voor verhuizing op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. Het college wees de aanvraag af op basis van medische adviezen van het Indicatieadviesbureau Amsterdam (IAB), die stelden dat traplopen niet onmogelijk is.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond, oordelend dat de medische adviezen zorgvuldig en goed gemotiveerd waren en dat appellant geen bewijs leverde dat traplopen onmogelijk was of dat verhuizing medisch noodzakelijk was.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het onderzoek onvolledig was en dat de medische adviezen tegenstrijdig waren, met een beroep op de hardheidsclausule. De Raad volgde echter het oordeel van de rechtbank en stelde vast dat de medische adviezen zorgvuldig waren, dat appellant met behulp van een trapleuning voldoende trap kon lopen en dat de situatie voorlopig stationair bleef.
De Raad verwierp het beroep op innerlijke tegenstrijdigheid in de adviezen en concludeerde dat er geen onbillijkheden van overwegende aard waren die toepassing van de hardheidsclausule rechtvaardigden. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de financiële tegemoetkoming verhuizing bevestigd.