ECLI:NL:CRVB:2023:742
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van de Griend
- M.A.H. van Dalenvan Bekkum
- L.Z. Achouak el Idrissi
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WMO-aanvraag voor woningaanpassing na verhuizing naar inadequate woning
Appellant, met diverse gezondheidsproblemen waaronder Parkinson en neuropathie, verhuisde in maart 2019 van een woning met een inloopdouche naar een woning met een drempel in de douche. Hij vroeg bij het college van burgemeester en wethouders van Arnhem maatschappelijke ondersteuning aan voor woningaanpassing, met name het verwijderen van de drempel en een douchebeugel.
Het college wees de aanvraag af omdat appellant verhuisde van een adequate naar een inadequate woning en de douchebeugel als algemeen gebruikelijk werd beschouwd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, oordeelde dat appellant onvoldoende rekening hield met zijn beperkingen bij de verhuizing en zijn stelling over overlast onvoldoende onderbouwde.
In hoger beroep bracht appellant geen nieuwe gronden aan. De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank en bevestigde de afwijzing van de aanvraag. De beroepsgrond tegen de douchebeugel werd ingetrokken, en de Raad zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De afwijzing van de WMO-aanvraag voor woningaanpassing wordt bevestigd omdat appellant verhuisde van een adequate naar een inadequate woning zonder voldoende onderbouwing.