ECLI:NL:CRVB:2023:753
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bijstand na zes maanden uitkering
Verzoeker had op 17 mei 2019 een aanvraag om bijstand ingediend die door het college van burgemeester en wethouders van Terneuzen werd afgewezen wegens niet-meewerken aan een huisbezoek. De rechtbank verklaarde het beroep van verzoeker tegen deze afwijzing ongegrond. In hoger beroep verzocht verzoeker om een voorlopige voorziening vanwege het ontbreken van inkomsten en oplopende schulden.
De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep overwoog dat het spoedeisend belang voor een voorlopige voorziening ontbreekt omdat verzoeker sinds 11 oktober 2022 bijstand ontvangt en het college al voorziet in maandelijkse betalingen. Eerder had de rechtbank op 23 februari 2023 een voorlopige voorziening toegekend in de vorm van een voorschot op bijstand.
Verzoeker had ook om schadevergoeding gevraagd, maar daarvoor is geen aanleiding in het kader van de voorlopige voorziening. De bodemprocedure wordt samen met andere hoger beroepen van verzoeker waarschijnlijk in september 2023 behandeld. Een proceskostenveroordeling wordt niet opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat verzoeker inmiddels bijstand ontvangt en geen actueel spoedeisend belang heeft.