ECLI:NL:CRVB:2024:1107
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid bevestigd
Appellant ontving sinds 2019 een loongerelateerde WIA-uitkering wegens een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Na een herbeoordeling door het UWV en een verzekeringsarts werd vastgesteld dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is, waarna de WIA-uitkering per 5 januari 2023 werd beëindigd.
Appellant betwistte deze beoordeling en stelde dat hij meer beperkingen heeft dan door het UWV aangenomen, waardoor hij de geselecteerde functies niet kan vervullen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de medische beoordeling voldoende gemotiveerd en onderbouwd was, en dat de functies passend zijn.
In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad acht de medische en arbeidskundige beoordeling deugdelijk en wijst de aanvullende medische stukken van appellant af vanwege het andere beoordelingskader en de latere datum. Het hoger beroep wordt verworpen, waardoor de beëindiging van de WIA-uitkering in stand blijft.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.