ECLI:NL:CRVB:2024:1204
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening wegens ontbreken spoedeisend belang in AOW-zaak
Verzoekster, een zelfstandig [naam beroep] met een eenmanszaak, is verhuisd vanwege de uitzending van haar partner. Zij vroeg een pensioenoverzicht aan bij de Sociale verzekeringsbank (Svb), waarin zij niet verzekerd werd geacht voor de AOW over een bepaalde periode. De Svb verklaarde het bezwaar deels gegrond, maar handhaafde dat verzoekster niet verzekerd was in de periode van 23 november 2020 tot 19 mei 2022 vanwege haar inkomsten.
De rechtbank verklaarde het beroep van verzoekster ongegrond. Verzoekster stelde hoger beroep in en vroeg tevens om een voorlopige voorziening om de Svb te gelasten de hardheidsclausule toe te passen of haar toe te laten tot vrijwillige verzekering vanaf het moment dat de AOW-opbouw stopte.
De voorzieningenrechter oordeelde dat een verzoek om voorlopige voorziening een actueel en financieel spoedeisend belang vereist. Omdat verzoekster pas in 2041 de AOW-leeftijd bereikt, is er geen actueel financieel belang. Ook is niet gebleken dat de bodemprocedure niet afgewacht kan worden. Daarom ontbreekt onverwijlde spoed en is het verzoek kennelijk ongegrond.
De voorzieningenrechter wees het verzoek om voorlopige voorziening af en zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.