ECLI:NL:CRVB:2024:1222

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
11 juni 2024
Publicatiedatum
25 juni 2024
Zaaknummer
23/2542 PW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:2 AwbArt. 7:1 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:104 AwbArt. 8:108 Awb
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken van belanghebbende in bestuursrechtelijke zaak

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam in een bestuursrechtelijke zaak. Volgens artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moet een belanghebbende een voldoende objectief, actueel, eigen en persoonlijk belang hebben dat rechtstreeks bij het besluit is betrokken om hoger beroep te kunnen instellen.

De Raad heeft vastgesteld dat appellant niet als belanghebbende kan worden aangemerkt, omdat appellant niet duidelijk heeft gemaakt dat hij een besluit heeft ontvangen waartegen bezwaar is gemaakt, noch dat hij deel uitmaakt van de groep studenten die door Legal Advice Wanted is gemachtigd om op te treden. De rechtbank heeft ook niet op het individuele beroep van appellant beslist.

Daarom ontbreekt het aan een eigen belang van appellant en kan hij geen hoger beroep instellen. Het hoger beroep wordt derhalve niet-ontvankelijk verklaard zonder verdere inhoudelijke behandeling. Een proceskostenveroordeling is niet opgelegd.

Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van belanghebbende.

Uitspraak

Datum uitspraak: 11 juni 2024
23/2542 PW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van
18 juli 2023, 22/5830, 23/801, 23/941, 23/2280, 23/2311, 23/2647, 23/2890, 23/2910, 23/3002 en 23/3003 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam (college)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. C. Faas hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.

OVERWEGINGEN

In artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is bepaald dat onder belanghebbende wordt verstaan degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. In gevolge artikel 8:104, eerste lid, onder a, van de Awb kan een belanghebbende hoger beroep instellen tegen een uitspraak van de rechtbank.
Het is vaste rechtspraak dat, om als belanghebbende te kunnen worden aangemerkt, sprake dient te zijn van een voldoende objectief en actueel, eigen, persoonlijk belang dat de betrokkene in voldoende mate onderscheidt van anderen. Dat belang moet rechtsreeks bij het desbetreffende besluit zijn betrokken. Bij een uitsluitend van een andere betrokkene afgeleid belang is niet aan deze eis voldaan.
Uit de aangevallen uitspraak blijkt niet dat appellant op enigerlei wijze partij dan wel belanghebbende is (geweest) in dit geschil. Appellant heeft in zijn hogerberoepschrift evenmin duidelijk gemaakt of hij in eerste instantie een besluit heeft ontvangen waar hij, alvorens het indienen van zijn hogerberoepschrift, bezwaar tegen heeft gemaakt (zie
artikel7:1, eerste lid, van de Awb).
Bij brief van 29 november 2023 is de gemachtigde van appellant in de gelegenheid gesteld om toe te lichten waarom appellant belanghebbende is en hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank kan instellen.
Bij brief van 26 december 2023 heeft de gemachtigde van appellant laten weten dat appellant wel degelijk belanghebbende is, aangezien Legal Advice Wanted in deze zaak namens een groep studenten beroep heeft aangetekend, en appellant deel uitmaakt van deze groep studenten.
Deze stelling volgt de Raad niet. Uit de aangevallen uitspraak blijkt namelijk niet dat appellant één van de studenten is die Legal Advice Wanted heeft gemachtigd om op te treden in deze zaak: appellants naam wordt niet genoemd tussen de namen van de (andere) eisers, en de rechtbank is in haar beslissing ook niet ingegaan op het individuele beroep van appellant. Belanghebbende heeft in deze zaak geen objectief en actueel, eigen, persoonlijk belang en is daarom geen belanghebbende. Als appellant eenzelfde soort besluit heeft ontvangen als de eisers in deze zaak, dient hij tegen dit besluit zelfstandig rechtsmiddelen aan te wenden.
Nu appellant in deze zaak geen belanghebbende is, kan hij geen hoger beroep instellen. Het hoger beroep is kennelijk niet-ontvankelijk zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.
Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door C.E.M. Marsé, in tegenwoordigheid van A. Giesen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 11 juni 2024.
(getekend) C.E.M. Marsé
(getekend) A. Giesen
Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.