Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam kende op 9 mei 2018 een parkeervergunning voor gehandicapte bewoners toe aan verzoeker, met de beperking dat slechts één kenteken tegelijk geactiveerd kon worden. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit en tegen een e-mail van een medewerker van Egis uit november 2021 waarin werd bevestigd dat slechts één kenteken actief kon zijn. De rechtbank oordeelde dat het bezwaar tijdig was ingediend omdat het besluit pas in november 2021 bekend was geworden en verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk besluit van het college vernietigd.
Het college stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat verzoeker het oorspronkelijke besluit in mei 2018 wel degelijk had ontvangen en dat het bezwaar daarom te laat was ingediend zonder verschoonbare termijnoverschrijding. Tevens werd geoordeeld dat de e-mail van Egis geen besluit in de zin van de Awb was, maar een informatieve mededeling zonder mandaat om te besluiten.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep tegen het niet-ontvankelijk verklaarde bezwaar ongegrond en vernietigde het nadere besluit van augustus 2023. Het verzoek tot een voorlopige voorziening werd afgewezen. De Raad benadrukte dat het college bevoegd is om in bijzondere gevallen af te wijken van de parkeerverordening, maar dat de e-mail van Egis daarvoor geen besluit vormde.