Uitspraak
20 december 2022, 22/4110
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellanten hebben hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland. De Raad heeft hen meerdere malen schriftelijk gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht van €136,- binnen een gestelde termijn. Ondanks herinneringen en een verzoek om vrijstelling, dat niet tijdig werd ondersteund met de vereiste formulieren, is het griffierecht niet betaald.
De Raad heeft het beroep op betalingsonmacht afgewezen en geconstateerd dat appellanten in verzuim zijn. Op grond hiervan is het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard zonder inhoudelijke behandeling van de zaak. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 25 juni 2024. Tegen deze beslissing staat verzet open binnen zes weken na verzending van het afschrift.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht binnen de gestelde termijn.