Uitspraak
26 oktober 2022, 21/4447
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellanten hebben hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland. Zij werden meerdere malen schriftelijk gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht van €136,- binnen een bepaalde termijn. Ondanks herhaalde aanmaningen en de mogelijkheid om vrijstelling aan te vragen, werd het griffierecht niet tijdig voldaan.
Appellanten hebben een verzoek om vrijstelling van het griffierecht ingediend, maar hebben het benodigde formulier niet binnen de gestelde termijn geretourneerd, waardoor het beroep op betalingsonmacht werd afgewezen. Na nog een laatste aanmaning bleef betaling uit.
De Raad oordeelt dat appellanten in verzuim zijn en verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk zonder inhoudelijke behandeling. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 25 juni 2024.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht binnen de gestelde termijn.