Uitspraak
6 december 2022, 21/4042
Centrale Raad van Beroep
Appellanten hebben hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland. De Centrale Raad van Beroep heeft vastgesteld dat appellanten het griffierecht van €136,- niet binnen de gestelde termijnen hebben voldaan, ondanks meerdere schriftelijke aanmaningen en herinneringen.
Appellanten zijn tweemaal schriftelijk gewezen op de verplichting tot betaling en de gevolgen van niet-betaling, waaronder niet-ontvankelijkheid van het hoger beroep. Tevens is een verzoek tot vrijstelling van het griffierecht ingediend, maar appellanten hebben het benodigde formulier niet tijdig geretourneerd, waarna het beroep op betalingsonmacht is afgewezen.
Gezien het uitblijven van betaling en het niet voldoen aan de vereisten voor vrijstelling, concludeert de Raad dat appellanten in verzuim zijn. Hierdoor is het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard zonder inhoudelijke behandeling van de zaak. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht binnen de gestelde termijn.