Uitspraak
CentraleRaad van Beroep van 22 september 2023, 22/365
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
A.Giesen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 28 juni 2024.
Centrale Raad van Beroep
Appellante heeft verzocht om herziening van een eerdere uitspraak van de Centrale Raad van Beroep. Volgens artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), moet een beroepschrift de gronden van het beroep bevatten. Dit geldt overeenkomstig ook voor een verzoek om herziening op grond van artikel 8:119, tweede lid, Awb.
Het ingediende verzoekschrift bevatte geen gronden. Appellante is hierover bij brief van 19 december 2023 geïnformeerd en kreeg vier weken de tijd om dit te herstellen, maar heeft deze termijn ongebruikt voorbij laten gaan. Vervolgens is bij aangetekende brief van 19 januari 2024 opnieuw een termijn van vier weken gesteld om alsnog gronden in te dienen, met de waarschuwing dat overschrijding zou leiden tot niet-ontvankelijkheid.
Ondanks meerdere verzoeken en bevestiging van betaling van griffierecht, heeft appellante geen inhoudelijke gronden aangevoerd. Er zijn geen verontschuldigingen voor het verzuim gebleken. Daarom is het verzoek om herziening kennelijk niet-ontvankelijk verklaard zonder inhoudelijke behandeling. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om herziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van gronden en het niet herstellen binnen de gestelde termijnen.