ECLI:NL:CRVB:2024:1275

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
28 juni 2024
Publicatiedatum
2 juli 2024
Zaaknummer
23/3291 ANW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:108 AwbArt. 8:119 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek om herziening niet-ontvankelijk wegens ontbreken van gronden

Appellante heeft verzocht om herziening van een eerdere uitspraak van de Centrale Raad van Beroep. Volgens artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), moet een beroepschrift de gronden van het beroep bevatten. Dit geldt overeenkomstig ook voor een verzoek om herziening op grond van artikel 8:119, tweede lid, Awb.

Het ingediende verzoekschrift bevatte geen gronden. Appellante is hierover bij brief van 19 december 2023 geïnformeerd en kreeg vier weken de tijd om dit te herstellen, maar heeft deze termijn ongebruikt voorbij laten gaan. Vervolgens is bij aangetekende brief van 19 januari 2024 opnieuw een termijn van vier weken gesteld om alsnog gronden in te dienen, met de waarschuwing dat overschrijding zou leiden tot niet-ontvankelijkheid.

Ondanks meerdere verzoeken en bevestiging van betaling van griffierecht, heeft appellante geen inhoudelijke gronden aangevoerd. Er zijn geen verontschuldigingen voor het verzuim gebleken. Daarom is het verzoek om herziening kennelijk niet-ontvankelijk verklaard zonder inhoudelijke behandeling. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het verzoek om herziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van gronden en het niet herstellen binnen de gestelde termijnen.

Uitspraak

Datum uitspraak: 28 juni 2024
23/3291 ANW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:54, in verbinding met de artikelen 8:108 en 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht op het verzoek om herziening van de uitspraak van de
CentraleRaad van Beroep van 22 september 2023, 22/365
Partijen:
[appellante] uit [woonplaats] , Marokko (appellante)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)

PROCESVERLOOP

Appellante heeft verzocht om herziening van de door de Raad op 3 oktober 2023 tussen partijen gewezen uitspraak.

OVERWEGINGEN

In artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), is bepaald dat het beroepschrift de gronden van het beroep dient te bevatten. Ingevolge artikel 8:119, tweede lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het verzoek om herziening.
Het ingediende verzoekschrift bevat geen gronden.
Bij brief van 19 december 2023 is appellante in de gelegenheid gesteld dit verzuim binnen vier weken te herstellen.
Appellante heeft deze termijn ongebruikt voorbij laten gaan.
Bij aangetekende brief van 19 januari 2024 is aan appellante nogmaals de gelegenheid geboden de gronden van het verzoek om herziening in te dienen. Daarbij is een termijn van vier weken gesteld en is appellante erop gewezen dat overschrijding van die termijn tot gevolg zal hebben dat het verzoek om herziening niet inhoudelijk wordt behandeld.
Bij brieven van 10 januari 2024 (binnengekomen op 31 januari 2024) en 22 februari 2024 (binnengekomen op 6 maart 2024) heeft appellante laten weten het griffierecht te hebben betaald, en heeft zij de Raad nogmaals verzocht de uitspraak te herzien.
Dat wat appellante heeft aangevoerd, bevat geen gronden waaruit blijkt waarom appellante het niet eens is met de uitspraak van de Raad.
Niet is gebleken van redenen die een verontschuldiging vormen voor dit verzuim. Het verzoek om herziening is kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.
Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzoek om herziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door M.A.H. van Dalen-van Bekkum, in tegenwoordigheid van
A.Giesen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 28 juni 2024.
(getekend) M.A.H. van Dalen-van Bekkum
(getekend) A. Giesen
Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.