ECLI:NL:CRVB:2024:1333
Centrale Raad van Beroep
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing kinderbijslagaanvraag wegens ontbreken duurzame band met Nederland
Appellante kwam op 11 februari 2021 vanuit het buitenland naar Nederland met haar twee minderjarige kinderen en vroeg in maart 2021 kinderbijslag aan voor het tweede kwartaal van 2021. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) wees de aanvraag op 1 april 2021 af omdat appellante op die datum nog geen duurzame persoonlijke band met Nederland had.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat zij op de peildatum nog geen ingezetene was. Hoewel appellante de intentie had zich definitief te vestigen, ontbraken objectieve factoren die dit ondersteunden, zoals een eigen woonruimte en werk. Zij woonde bij haar volwassen dochter en had geen wezenlijke bindingen in Nederland, ondanks dat haar kinderen hier naar school gingen.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij wel in Nederland woonde, niet meer gebonden was aan haar vorige woonplaats en dat haar kinderen hier school liepen. De Raad volgde echter de rechtbank en bevestigde dat er geen duurzame band van persoonlijke aard was op 1 april 2021. De Raad nam de overwegingen van de rechtbank over en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De afwijzing van de kinderbijslagaanvraag over het tweede kwartaal van 2021 wordt bevestigd wegens ontbreken van een duurzame persoonlijke band met Nederland op de peildatum.