Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een bestuursrechtelijke uitspraak van de rechtbank Den Haag. Het college van burgemeester en wethouders van Alphen aan den Rijn heeft het primaire besluit herzien en de waarschuwing aan appellante ingetrokken, waarmee volledig aan haar bezwaren werd tegemoetgekomen.
Naar aanleiding van een schikkingsvoorstel van appellante heeft het college het hoger beroep ingetrokken. De Centrale Raad van Beroep heeft daarop het college veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten die appellante redelijkerwijs heeft moeten maken in bezwaar, beroep en hoger beroep, inclusief reiskosten en griffierechten.
De proceskosten zijn begroot op in totaal €3.262,76, bestaande uit kosten in bezwaar, beroep en hoger beroep, reiskosten en griffierechten. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 9 juli 2024.