Uitspraak
29 november 2023, 23/3069
Centrale Raad van Beroep
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam. De Raad heeft appellant meerdere malen gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht binnen de gestelde termijnen. Ondanks herhaalde aanmaningen en de mogelijkheid om een beroep op betalingsonmacht te doen door middel van een formulier, heeft appellant niet tijdig aan deze verplichtingen voldaan.
De Raad heeft het beroep op betalingsonmacht afgewezen omdat het formulier niet binnen vier weken was ingevuld en teruggestuurd. Het griffierecht is niet betaald binnen de gestelde termijn, waardoor appellant in verzuim is. Op grond van deze gegevens kon de Raad redelijkerwijs niet oordelen dat appellant niet in verzuim was.
Daarom is het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard en is het beroep niet inhoudelijk behandeld. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de Centrale Raad van Beroep op 25 juni 2024.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht en afwijzing van het beroep op betalingsonmacht.