Uitspraak
10 januari 2023, 22/3450 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
In deze zaak heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Holland waarin het beroep van appellant tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Schagen niet-ontvankelijk werd verklaard. De rechtbank had het verzet van appellant ongegrond verklaard. Zowel appellant als het college hadden hoger beroep ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad overwoog dat de aangevallen uitspraak een uitspraak is als bedoeld in artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Op grond van artikel 8:104, tweede lid, aanhef en onder a, van de Awb is tegen een dergelijke uitspraak geen hoger beroep mogelijk. Er waren geen feiten of omstandigheden gesteld die een uitzondering op dit appelverbod konden rechtvaardigen.
Daarom verklaarde de Centrale Raad van Beroep zich kennelijk onbevoegd om kennis te nemen van het hoger beroep van appellant en het incidenteel hoger beroep van het college. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door C.E.M. Marsé, in aanwezigheid van griffier A. Giesen, en uitgesproken op 30 juli 2024.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van het hoger beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bestuursrechtelijk beroep.