Uitspraak
18 april 2024, 23/829
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
A.Giesen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 11 oktober 2024.
Centrale Raad van Beroep
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam. Volgens de Algemene wet bestuursrecht moet bij het indienen van een beroepschrift of hoger beroep griffierecht worden betaald. Appellante is meerdere malen schriftelijk gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht van €138,- en de betalingstermijnen.
Ondanks deze aanmaningen heeft appellante het griffierecht niet binnen de gestelde termijnen voldaan en ook niet gereageerd op de brieven. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellante hierdoor in verzuim is en verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk zonder inhoudelijke behandeling.
Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door M.A.H. van Dalen-van Bekkum en uitgesproken op 11 oktober 2024. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken schriftelijk verzet worden ingesteld.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht binnen de gestelde termijn.