Uitspraak
SAMENVATTING
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Uitspraak van de rechtbank
.
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontving sinds mei 2020 bijstand en stond ingeschreven op een kameradres. Omdat uitkeringsspecificaties retour kwamen met de melding dat zij niet meer op dat adres woonde, startte het college een onderzoek en verzocht zij om aanvullende gegevens over haar woon- en leefsituatie. Appellante verstrekte deze niet binnen de gestelde termijn, waarop het college het recht op bijstand opschortte en later introk.
Appellante voerde aan dat zij door ernstige multiproblematiek niet in staat was de wijzigingen te melden en dat het college haar niet voldoende zorgvuldig had benaderd, onder meer omdat brieven retour kwamen. De Raad oordeelde dat appellante deze multiproblematiek niet met concrete stukken had onderbouwd en dat het college terecht per post had gecommuniceerd, waarbij appellante zelf verantwoordelijk was voor het ontvangen van post.
Het beroep op het evenredigheidsbeginsel faalde omdat de enkele verwijzing naar niet-onderbouwde multiproblematiek onvoldoende was om de intrekking onevenredig te achten. De Raad bevestigde daarmee het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De opschorting en intrekking van de bijstand worden bevestigd; het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.