ECLI:NL:CRVB:2024:2100
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag Anw-uitkering wegens niet-verzekerd zijn overleden echtgenoot
Appellante, woonachtig in Marokko, diende een aanvraag in voor een Anw-uitkering na het overlijden van haar echtgenoot in 2020. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) wees de aanvraag af omdat de echtgenoot op het moment van overlijden niet in Nederland woonde of werkte en ook niet verzekerd was volgens Marokkaanse wetgeving.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellante ongegrond en bevestigde dat er geen recht op een Anw-uitkering bestaat omdat de echtgenoot niet verzekerd was onder Nederlandse of Marokkaanse wetgeving en ook geen vrijwillige verzekering had afgesloten. De gezondheid en financiële situatie van appellante konden dit niet wijzigen.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar echtgenoot verzekerd was voor de AOW en dat haar ziekte en afhankelijkheid van haar echtgenoot aanleiding zouden moeten zijn voor een uitkering. De Centrale Raad van Beroep volgde het oordeel van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
De Raad benadrukte dat de wettelijke bepalingen duidelijk zijn en dat de situatie van appellante geen grond biedt voor toekenning van de Anw-uitkering. Het bestreden besluit blijft daarmee in stand en appellante krijgt geen vergoeding voor proceskosten of griffierecht.
De uitspraak is gedaan door M.A.H. van Dalen-van Bekkum op 31 oktober 2024 en bevestigt de eerdere beslissing van de rechtbank.
Uitkomst: De aanvraag voor een Anw-uitkering wordt afgewezen omdat de overleden echtgenoot niet verzekerd was in Nederland of Marokko.