ECLI:NL:CRVB:2024:232
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herstelbestemming UWV-besluit over arbeidsongeschiktheid na onjuiste beperking toetsenbordgebruik
Appellant, werkzaam als controller, meldde zich ziek wegens pijnklachten en ontving een WGA-uitkering op basis van 59,35% arbeidsongeschiktheid vastgesteld door het UWV. Na bezwaar verklaarde het UWV het besluit gegrond, waarbij de FML van 20 september 2021 als uitgangspunt diende. De rechtbank Limburg verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond en vond het medisch onderzoek zorgvuldig.
In hoger beroep stelde appellant dat de beperking bij het werken met toetsenbord en muis ernstiger was dan door het UWV aangenomen, onderbouwd met rapporten van een medisch adviseur. De Centrale Raad van Beroep concludeerde dat het UWV onvoldoende had gemotiveerd waarom de beperking bij beeldschermwerk niet zwaarder moest worden ingeschat, met name omdat de voorgestelde hulpmiddelen niet medisch waren onderbouwd.
De Raad volgde het advies van de medisch adviseur dat appellant maximaal één uur per dag met toetsenbord en muis kan werken, in tegenstelling tot de eerdere vier uur. Hierdoor is het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd en in strijd met artikel 7:12 Awb Pro. De Raad draagt het UWV op het besluit binnen zes weken te herstellen en de gevolgen voor de mate van arbeidsongeschiktheid opnieuw te beoordelen.
Uitkomst: Het UWV moet het besluit herstellen en de beperking bij toetsenbordgebruik aanpassen tot maximaal één uur per dag.