Uitspraak
SAMENVATTING
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
Het oordeel van de Raad
Conclusie en gevolgen
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Centrale Raad van Beroep
Appellant had een aanvraag om bijzondere bijstand ingediend voor een bedrag van €160,-, dat hij eerder als voorschot op zijn vakantiegeld had ontvangen om een openstaande rekening te betalen. Het college van burgemeester en wethouders van Heerenveen wees deze aanvraag af omdat het bedrag geen noodzakelijke kosten van het bestaan betrof, maar een dubbele uitbetaling van vakantiegeld.
De rechtbank Noord-Nederland verklaarde het beroep ongegrond en wees ook het verzoek van appellant om vrijstelling van griffierecht af. Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraken en verzocht tevens om vergoeding van immateriële schade.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant geen recht had op bijzondere bijstand omdat artikel 35, eerste lid, van de Participatiewet vereist dat het gaat om noodzakelijke kosten, wat hier niet het geval was. Ook het beroep op de hardheidsclausule in artikel 47 van Pro de beleidsregels faalde wegens het ontbreken van zeer dringende redenen. Het verzoek om vrijstelling van griffierecht werd eveneens afgewezen omdat appellant niet voldeed aan de criteria voor betalingsonmacht.
De Raad bevestigde het bestreden besluit en wees het verzoek om schadevergoeding af. Appellant kreeg geen vergoeding van proceskosten of griffierecht. Hiermee blijft het besluit van het college in stand.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag bijzondere bijstand voor €160,- wordt bevestigd en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.