ECLI:NL:CRVB:2024:2455
Centrale Raad van Beroep
- Proces-verbaal
- J.P. Loof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens niet volgemaakte wachttijd
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen de weigering van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) om hem een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) toe te kennen. De reden voor de weigering was dat appellant de vereiste wachttijd van 104 weken niet heeft voltooid. Zowel appellant als het Uwv zijn het erover eens dat deze wachttijd niet is gevolgd.
De rechtbank Den Haag heeft het beroep van appellant ongegrond verklaard, en het hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. Hoewel appellant het niet eens is met het door het Uwv opgestelde advies indicatie beschut werk, ligt dit advies niet ten grondslag aan het bestreden besluit en maakt het geen onderdeel uit van de procedure.
De Raad benadrukt dat het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Gouda verantwoordelijk is voor het toekennen van een indicatie voor beschut werk, waarbij het Uwv slechts een adviserende rol heeft. Het hoger beroep slaagt niet en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Tot slot adviseert de Raad appellant om contact op te nemen met de gemeente Gouda om te informeren naar mogelijke ondersteuning bij het vinden van een geschikte werkplek.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens het niet volgen van de wachttijd van 104 weken.