ECLI:NL:CRVB:2024:2455

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
11 december 2024
Publicatiedatum
8 januari 2025
Zaaknummer
24/862 WIA-PV
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Proces-verbaal
Rechters
  • J.P. Loof
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens niet volgemaakte wachttijd

Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen de weigering van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) om hem een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) toe te kennen. De reden voor de weigering was dat appellant de vereiste wachttijd van 104 weken niet heeft voltooid. Zowel appellant als het Uwv zijn het erover eens dat deze wachttijd niet is gevolgd.

De rechtbank Den Haag heeft het beroep van appellant ongegrond verklaard, en het hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. Hoewel appellant het niet eens is met het door het Uwv opgestelde advies indicatie beschut werk, ligt dit advies niet ten grondslag aan het bestreden besluit en maakt het geen onderdeel uit van de procedure.

De Raad benadrukt dat het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Gouda verantwoordelijk is voor het toekennen van een indicatie voor beschut werk, waarbij het Uwv slechts een adviserende rol heeft. Het hoger beroep slaagt niet en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.

Tot slot adviseert de Raad appellant om contact op te nemen met de gemeente Gouda om te informeren naar mogelijke ondersteuning bij het vinden van een geschikte werkplek.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens het niet volgen van de wachttijd van 104 weken.

Uitspraak

24.862 WIA-PV

Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 4 maart 2024, 22/8305 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
Datum uitspraak: 11 december 2024
Zitting heeft: J.P. Loof, lid van de enkelvoudige kamer
Griffier: C.M. Snellenberg
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 december 2024. Appellant is ter zitting verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M.C. Puister.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen de beslissing op bezwaar van 22 november 2022 (bestreden besluit) ongegrond verklaard. Bij dat besluit heeft het Uwv het bezwaar tegen de beslissing van 21 juli 2022, waarbij appellant een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) is geweigerd, ongegrond verklaard. Op 14 juli 2022 heeft het Uwv een Advies indicatie beschut werk opgesteld (het adviesrapport) waarin wordt geconcludeerd dat appellant niet is aangewezen op intensieve begeleiding of permanent toezicht om te kunnen werken.
De rechtbank wordt gevolgd in het oordeel dat het Uwv terecht heeft geweigerd appellant een WIA-uitkering toe te kennen omdat hij de wachttijd van 104 weken niet heeft volgemaakt. Appellant erkent dat hij de wachttijd van 104 weken niet heeft volgemaakt. Appellant is het niet eens met het door het Uwv uitgebrachte adviesrapport. Omdat dit adviesrapport niet aan het bestreden besluit ten grondslag ligt, maakt het geen onderdeel uit van deze procedure en kan de Raad hierover in deze procedure ook geen oordeel geven. Zoals ter zitting aan appellant uitgelegd en ook in de uitspraak van de rechtbank is vermeld, beslist niet het Uwv over het toekennen van een indicatie voor beschut werk, maar het college van burgemeester en wethouders (college) van de gemeente Gouda, waar appellant woont. Het Uwv brengt hierover alleen advies uit aan het college.
Het hoger beroep slaagt dus niet. De aangevallen uitspraak wordt daarom bevestigd.
Geheel ten overvloede en alleen ter voorlichting geeft de Raad appellant in overweging zich te melden bij de gemeente Gouda om te informeren op welke manieren hij kan worden ondersteund bij het vinden van een voor hem geschikte werkplek.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer
(getekend) C.M. Snellenberg (getekend) J.P. Loof
Voor eensluidend afschrift
de griffier van de
Centrale Raad van Beroep