ECLI:NL:CRVB:2024:315
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdige betaling griffierecht
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam. Volgens artikel 8:41 Awb Pro dient het griffierecht te worden betaald om het beroep ontvankelijk te laten zijn. Appellant is per brief en aangetekende brief gewezen op de verschuldigdheid en de betalingstermijnen van het griffierecht van €136,-.
Ondanks deze waarschuwingen is het griffierecht niet binnen de gestelde termijnen betaald. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellant in verzuim is en verklaart het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door M.A.H. van Dalen-van Bekkum en uitgesproken op 16 februari 2024. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken schriftelijk verzet worden aangetekend.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig betalen van het griffierecht.