ECLI:NL:CRVB:2024:324
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam. De Centrale Raad van Beroep heeft vastgesteld dat het griffierecht van €136,- niet binnen de gestelde termijn is betaald, ondanks meerdere aanmaningen per brief en aangetekende brief. Hierdoor is appellante in verzuim geraakt.
De Raad heeft overwogen dat op grond van artikel 8:41 en Pro 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht het griffierecht verschuldigd is en tijdig betaald moet worden. Omdat het griffierecht niet tijdig is voldaan, is het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk en wordt het beroep niet inhoudelijk behandeld.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door M.A.H. van Dalen-van Bekkum en uitgesproken in het openbaar op 16 februari 2024. Tegen deze uitspraak staat verzet open binnen zes weken na verzending van het afschrift.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht binnen de gestelde termijn.