ECLI:NL:CRVB:2024:35
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen betaling bijstand via budgetbeheer
Appellant ontvangt sinds 2017 bijstand en heeft in 2020 een overeenkomst gesloten met budgetbeheer, waarbij de bijstand eerst aan budgetbeheer wordt overgemaakt. Appellant maakte bezwaar tegen het uitblijven van betaling over april en mei 2021, maar het college verklaarde deze bezwaren niet-ontvankelijk omdat de bijstand tijdig aan budgetbeheer was betaald.
De rechtbank stelde het college in het gelijk en wees het verzoek van appellant om vrijstelling van griffierecht af. Appellant ging hiertegen in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zijn netto-inkomen lager was dan 95% van de bijstandsnorm, zodat vrijstelling van griffierecht terecht was afgewezen.
Verder stelde de Raad vast dat het college met de betaling aan budgetbeheer uitvoering gaf aan het besluit tot verlening van bijstand en dat de afspraken tussen appellant en budgetbeheer buiten de Participatiewet vallen. Hierdoor was er geen sprake van een besluit in de zin van artikel 79 PW Pro en was het bezwaar terecht niet-ontvankelijk.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard, de bestreden besluiten bleven in stand en appellant kreeg geen vergoeding van proceskosten of griffierecht terug. De uitspraak werd gedaan door J.T.H. Zimmerman op 9 januari 2024.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de bestreden besluiten blijven in stand.