ECLI:NL:CRVB:2024:373
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam. Volgens artikel 8:41 Awb Pro is griffierecht verschuldigd bij het indienen van een beroepschrift, en artikel 8:108 Awb Pro maakt dit ook van toepassing op hoger beroep. Appellante is bij brief van 7 november 2023 en aangetekende brief van 8 december 2023 gewezen op de verschuldigdheid en de betalingstermijnen van het griffierecht van €136.
Ondanks deze waarschuwingen is het griffierecht niet binnen de gestelde termijn betaald. De Raad oordeelt dat redelijkerwijs niet kan worden aangenomen dat appellante niet in verzuim is geweest. Hierdoor is het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk en wordt het zonder inhoudelijke behandeling afgewezen.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door M.A.H. van Dalen-van Bekkum en uitgesproken op 23 februari 2024. Tegen deze uitspraak staat verzet open binnen zes weken na verzending.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht binnen de gestelde termijn.